De tuin…..

De ommuurde tuin was verwilderd, hij werd overwoekerd door onkruid, er stonden bomen in die dood waren, hun takken grillig afstekend tegen de lucht. De grond was droog en uitgeput en er lagen grote stenen in. De grote poort zag je bijna niet meer door de woekerende braamstruiken met scherpe dorens. Slechts een klein verborgen poortje dat bijna niemand kende gaf toegang tot de tuin.

De vrouw van wie de tuin was, werkte overdag tegen het oprukkende onkruid en de verwildering totdat ze doodmoe was. s’ Nachts was ze bang voor de grote bomen die in het donker hun takken als klauwen uitstaken. In deze tuin lag haar verdriet en angst, hij was symbool geworden voor haar strijd in het leven en in haar gezin. Tussen al het onkruid was een plekje waar ze kon schuilen, daar was het waar ze haar tranen huilde om het leven wat soms zo’n pijn deed, waar ze zich gebroken voelde door de voortdurende strijd die in haar leven aanwezig was. De eenzaamheid, vragen en het verdriet over haar gezin braken soms bijna haar hart
Want telkens weer kwam ze weer obstakels tegen op haar weg om haar tuin tot bloei te laten komen. Het leek wel alsof al het harde werken voor niets was, en haar tranen maar verspild werden.

Tot er een dag kwam dat ze besefte dat ze zo niet langer kon, nee niet wilde leven in deze wildernis en dat maakte dat ze hulp ging zoeken. Na lang zoeken vondt ze iemand die veel verstand van tuinen had, van het onkruid wat zo taai en hardnekkig was, van grond die weer gevoed moest worden, van bomen die gesnoeid moesten worden en van bloemen waar ze zo naar verlangde.
De aanwijzingen waren helder, en de vrouw probeerde alles wat ze opgedragen kreeg te doen. Maar het werk was zwaar en af en toe moest ze het werk neerleggen en soms heel soms dacht ze eraan om er mee te stoppen. Maar ze gaf niet op en ging door. Bij sommige stenen had ze hulp nodig, zo groot en zwaar waren ze. Het onkruid moest er met wortel en al uitgehaald worden, als ze dat wel eens vergat kwam het twee keer zo taai weer terug. De grond die leeg en uitgeput was moest weer gevoed worden, de grote bomen die haar s’ nachts zo beangstigden moesten met veel hulp weggehaald worden. Maar de vrouw was dankbaar voor alle hulp die ze hierbij kreeg.

Zo werden stukje bij beetje het onkruid en de stenen verwijderd uit de tuin. Soms als ze dacht dat ze klaar was, lag er toch weer ineens een grote steen in een stukje grond waar ze een prachtige geurende rozenstruik in gedachten had. Dan moest ze weer om raad vragen en kostte het al haar kracht om die grote steen te verwijderen. Maar als ze dan later terugkwam en de roos zag bloeien dan wist ze dat het al het zware werk waard was geweest.
Na verloop van tijd verschenen er kleine stukjes groen in de tuin, aarzelend lieten bloemen hun kleuren zien, het gras begon te groeien. Er kwam meer licht in de tuin doordat de grote dode bomen waren verdwenen. Als het nu regende werd het door de grond opgenomen en maakte dat het vruchtbaar werd en het zaad ging ontkiemen zodat er dingen gingen groeien, en ook het zelfvertrouwen van de vrouw nam toe omdat ze zag dat ze op de goede weg was.
Er verschenen paden en mooie open plekken met gras, zeldzame bloemen en planten leken zich wonderwel thuis te voelen ook wilde soorten kwamen er voor. Nieuwe jonge bomen begonnen te wortelen en gaven heerlijk schaduw door hun groene bladerdak. Ook vogels vonden hun weg in deze oase en aarzelend klonk er af en toe het gezang van een merel.

In de tuin was daar nog steeds de kleine schuilplaats, dat was het veilige plekje van de vrouw. Waar niemand haar zag, waar ze mocht uitrusten van het zware werk en haar tranen mocht huilen vanwege de pijn die het werk met zich meebracht.
Er waren nog plaatsen in de tuin waar niets ging groeien, waar de grond onvruchtbaar leek maar de vrouw bleef zaaien en bleef hopen en ze wist dat er ooit iets moois zou bloeien, als ze het maar de tijd zou geven en kon accepteren dat het er nu nog niet was.

Buiten de muur zag men dat er iets bijzonders gebeurde in de tuin van de vrouw en ze vroegen of ze er eens mochten kijken, er kwamen mensen die vriendschap wilden sluiten en de vrouw wilden helpen. De vrouw aarzelde en was bang dat de rust en schoonheid van haar tuin verloren zou gaan. Maar tegelijkertijd voelde ze ook dat deze tuin die zo heilzaam voor haar was dat ook kon zijn voor anderen. Ze maakte de grote poort vrij van de braamstruiken en vond de moed hem te openen. Een voor een liet ze voorzichtig mensen toe in haar tuin en ze zag hoe ze genoten van de bloemen, de geuren, de kleuren, het schouwspel van het licht door de bladeren en de zachtheid van het gras. Hoe ze tot rust kwamen bij het watertje met de kikkers, de libellen en de waterlelies met hun wijdopen roze-witte bloemen. Kleine kinderen liepen op hun blote voetjes door het gras en renden achter konijntjes aan.
Het maakte haar gelukkig als de mensen genoten en verwonderd waren over de schoonheid en architectuur van de tuin, de vriendschappen die ontstonden maakte dat ze zich niet meer eenzaam en alleen voelde. Er waren veel meer mensen zoals zij en haar gezin en wat onvoorstelbaar goed konden ze elkaar begrijpen en helpen.
Soms dacht ze nog wel eens terug aan hoe de tuin er ooit uit had gezien en was ze weer even verdrietig maar dat verdween als ze om zich heen keek en zag hoe rijk ze geworden was door het harde werken en de vriendschappen die ze gekregen had. De weg was vaak zwaar geweest, maar het was het allemaal waard geweest en de hulp die ze had gehad was van levensbelang geweest voor haarzelf en de tuin. En hoe meer de tuin tot bloei kwam, hoe meer ze zich open stelde voor anderen des te gelukkiger voelde de vrouw zich.

* note: Dit verhaal over de tuin is symbolisch bedoeld voor mijn weg in het leven, soms lijkt het uitzichtloos en duurt het vechten jarenlang. Maar geef niet op, je hoeft het niet alleen te doen, durf hulp te zoeken ook al is dat moeilijk, je kunt meer als je denkt! Ik ben de mensen die ik ontmoet heb op mijn pad erg dankbaar voor het stuk dat zij met mij wilden gaan!

Tuinblog